Bedreigt de blauwband onze inheemse vissen?
Gevaar voor inheemse soorten? Er zijn in Nederland nog geen duidelijke aanwijzingen van negatieve effecten, maar het risico daarvoor is toch groot. In een Engels meer overheerste de blauwband binnen enkele jaren de visgemeenschap. Zijn aanwezigheid zorgde voor een scherpe daling van het voortplantingssucces van de inheemse soorten (o.a. riviergrondel en blankvoorn). In een experimentele opzet waarbij het vetje en de blauwband naast elkaar voorkwamen, bleek de voortplanting van het vetje volledig stil te vallen, en de sterfte van individuen toe te nemen. Na vier jaar was het vetje helemaal verdwenen. In dit laatste geval is het echter onduidelijk of dit effect het gevolg is van een interactie tussen de beide soorten of door de overdracht van een parasiet. De blauwband is namelijk drager van meerdere parasieten, waaronder het zogenaamde Rosette Like Agent (RLA), een besmettelijke eencellige parasiet. Als drager heeft de blauwband er geen last van. Na overdracht kan de parasiet echter bij andere soorten (zoals het vetje) de organen en geslachtsorganen dodelijk aantasten. De combinatie van zijn grote aanpassingsvermogen, tolerantie voor extreme omstandigheden en het dragen van een dodelijke parasiet maakt de blauwband tot een reëel gevaar voor met name de inheemse soorten van stilstaande wateren. I
Reageer of vul aan:



