Toen er nog geen riolering was
Wat uit de beerputten werd geschept (door de zogenoemde putjesscheppers) had een zekere waarde als meststof. Het ophalen van die meststof werd aan de hoogstbiedende gegund, die “de pachter van den beer” werd genoemd. Dat leverde dan een honderd gulden op. In karren werd dat naar de toenmalige haven gebracht en per schip naar Noord-Brabant afgevoerd, dienende als meststof voor de schrale zandgronden aldaar. De opbrengst werd ter beschikking gesteld aan het diaconie Armbestuur van Ridderkerk.
Reageer of vul aan:



