Oesteroogst veilig (voor nu)
De Nederlandse oesteroogst heeft het dit jaar gered. Het voor jonge oesters dodelijke herpesvirus, dat vorig jaar in Nederlandse wateren werd aangetroffen, heeft maar mondjesmaat huisgehouden. Dat stelt de Nederlandse Oestervereniging. Toch zijn de Nederlandse oesters geenszins veilig voor besmetting. Al twee jaar verwoest de oesterziekte het merendeel van de oogsten in Frankrijk. Ook in Italië, Engeland, Ierland en België is het virus opgedoken. Gevreesd werd dat Nederlandse oesterkwekers kilo’s lege schelpen omhoog zouden halen, maar dat blijkt dus mee te vallen. Jaap de Rooij, secretaris van de Nederlandse Oestervereniging, is opgelucht. „We zagen dit jaar met angst en beven tegemoet, maar gelukkig is de sterfte voor nu zeer beperkt.” Maar dat het virus nog aanwezig is, staat als een paal boven water. In welke mate is onbekend, omdat de percentages besmette oesters variëren: van laag naar flink hoog, afhankelijk van de plek en tijd van het jaar. „Het is zeker dat het virus niet uit zichzelf weg zal gaan. We verwachten dus het virus ook volgend jaar nog te vinden”, zegt onderzoekster Olga Haenen van het Centraal Veterinair Instituut van de Wageningen Universiteit, dat sinds vorig jaar onderzoek doet naar de oesterziekte. Het herpesvirus is een zogenaamde ‘emerging (opkomende) ziekte’ en wordt dus strak in de gaten gehouden door de EU en het ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie. Hoewel oesterkwekers (nog) niet verplicht zijn om hun waar te laten onderzoeken. Haenen: „Het virus is in Nederland nog maar een jaar geleden ontdekt. Daarvoor werd er niet op getest. Het is te vroeg om te zeggen of het toe- of afneemt en hoe het zich in de toekomst zal ontwikkelen.”
Reageer of vul aan:



