Verdediging tegen infecties zou ziekte van Alzheimer kunnen activeren
Jarenlang is gedacht dat een van de hoofdschuldigen van de ziekte van Alzheimer geen andere functie heeft dan dat het een afvalstof is waarvan de hersenen zich moelijk kunnen ontdoen. Deze stof, een eiwit met de naam bèta-amyloïd zet zich af in plaques die de signaaloverdracht tussen zenuwcellen verhinderen. Als dat gebeurt verliezen mensen hun geheugen, hun persoonlijkheid verandert en familie en bekenden worden niet meer herkend. Onderzoekers van de Harvard universiteit suggereren echter dat het bèta-amyloïd wel een functie heeft, en wel een onverwachte. Het eiwit zou deel uitmaken van het normale afweersysteem van de hersenen tegen binnendringende bacteriën en andere microben. Andere onderzoekers die zich bezighouden met de ziekte van Alzheimer vinden de bevindingen intrigerend, hoewel het volgens hen niet duidelijk of deze ontdekking zal leiden tot een andere preventie of behandeling van de ziekte. De nieuwe hypothese is opgesteld door de onderzoekers van de Harvard universiteit onder leiding van professor in de neurologie, Dr. Tanzi. Bij een vergelijk van een lijst van genen, die verband leken te houden met de ziekte van Alzheimer, ontdekte hij tot zijn verrassing dat deze genen voor een zeer groot deel leken op de genen die geassocieerd waren met het aangeboren immuunsysteem, een aantal eiwitten die in het lichaam ingezet worden voor de bestrijding van infecties. Dit systeem is met name belangrijk voor de hersenen, omdat antilichamen niet door de bloed-hersenbarrière, het membraan dat de hersenen beschermt, kunnen dringen. Wanneer de hersenen geïnfecteerd raken, dan is het afhankelijk van het aangeboren immuunsysteem voor de bestrijding van de infectie.
Reageer of vul aan:



