Cellen wisselen genetische informatie uit via kleine blaasjes
Tot voor kort was alleen bekend dat cellen met elkaar communiceren door stofjes, voornamelijk eiwitten, af te scheiden. Nu blijkt dat cellen waarschijnlijk nog veel ingenieuzer met elkaar kunnen communiceren. Namelijk door het uitwisselen van pakketjes genetische informatie via kleine blaasjes, ‘exosomen’ genaamd. Het gaat hierbij niet om het totale DNA of RNA, maar om minuscule afgeleide deeltjes ervan, zogenaamde microRNA’s. Deze belangrijke ontdekking werd gedaan door onderzoekers van VU medisch centrum, waaronder viroloog Michel Pegtel, werkzaam in de groep van prof. Jaap M. Middeldorp. Het artikel over het onderzoek is maandag 8 maart gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS: Proceedings of the National Academy of Sciences. Uitwisseling van genetisch materiaal Pegtel kwam tot deze ontdekking door het bloed van patiënten met een verminderde afweer te onderzoeken op het Epstein Barr virus (EBV). Dit virus is in de volksmond bekend als veroorzaker van de ziekte van Pfeiffer, maar is ook betrokken bij het ontstaan van diverse vormen van kanker. EBV zit bij elk mens in een klein deel van de bloedcellen (de B-cellen) opgeslagen, maar wordt pas actief bij mensen met een verstoorde afweer. In de geïnfecteerde cel maakt EBV wel 40 verschillende microRNAs, waarvan gedacht werd dat ze alleen binnen in de cel functioneren. Nu blijkt dat deze virale microRNAs geëxporteerd worden en ook in niet-geïnfecteerde bloedcellen van patiënten terecht komen. Dit is het eerste bewijs in mensen dat cellen genetisch materiaal met elkaar kunnen uitwisselen. ‘Kennelijk hebben virussen in de evolutie deze ‘communicatie route’ gekaapt om omliggende cellen te beïnvloeden’ aldus Pegtel. In celkweekjes toonden de onderzoekers aan dat microRNAs verpakt in exosomen naar omringende cellen worden getransporteerd, waarin deze actief worden en specifieke genen kunnen ‘uitschakelen’.
Reageer of vul aan:



